De invasie van de bakfiets aristocratie

Gepubliceerd op 12 mei 2026 om 12:46

Daar komen ze hoor, de grote denkers uit de hoofdstad. Je herkent ze direct bij de bakker: ze dragen linnen jasjes in de kleur van ongebleekt haverstro en kijken met een mengeling van medelijden en fascinatie naar onze nuchtere gezichten. Ze zijn Winterswijk niet komen bezoeken; ze zijn gekomen om ons te ‘redden’ van onze eigen eenvoud.

Voor deze import stedelingen is onze natuur geen kapitaal, maar een ‘vibe’. Ze noemen het Wooldse Veen een ‘outdoor experience’ en hun stress is blijkbaar zo uniek en complex dat een simpel wandelingetje over de es niet volstaat; daar moet een lifestyle-guru aan te pas komen die duurder is dan een gemiddelde trekkerband.

De ironie is echter snijdender dan een oosterwind in januari. Terwijl deze zelfbenoemde wereldverbeteraars preken over leefbaarheid en verbinding, tasten zij diezelfde leefbaarheid aan zodra ze de kans krijgen. Ze trekken het liefst een drie meter hoge design-schutting om hun erfgoed-boerderijtje om de ‘lokale dynamiek’ (wij dus) buiten te sluiten. Deze asociale stilte-zoekers willen wel de lusten van Wenters — de rust, de klaprozen, de historische geveltjes — maar ze verstoppen zich achter hun elektrische poorten.

In hun hippe koffietentjes in de grachtengordel dromen ze van nieuwbouw in ons groen, zolang het maar ‘architectonisch verantwoord’ is voor hun eigen achtertuin. Wat deze betonvluchtelingen niet snappen: Wenters moet Wenters blijven. Wij hebben geen behoefte aan een kwalitatieve update die bestaat uit een glazen aanbouw op een monumentale Scholtenboerderij of een woonwijk op een plek waar nu de koeien nog gewoon nuchter staan te herkauwen.

Laten we ons erfgoed koesteren tegen de invasie van de leefbaarheids aantasters. Want onze natuur is onze stressverlager, niet een decorstuk voor de volgende Instagram-post van een randstedelijke influencer. Laten we bouwen waar het kan, behouden wat heilig is, en vooral: laten we de stadse arrogantie bij de gemeentegrens parkeren.