De grenzeloze honger naar ons groen

Gepubliceerd op 18 mei 2026 om 10:08
De grote vraag die als een donkere wolk boven de Achterhoek hangt, is simpel: waar trekken we de grens? Het mantra "bouwen, bouwen, bouwen" klinkt in Den Haag als een heilige opdracht, maar hier in Winterswijk voelt het als een doodvonnis voor het landschap. Zolang Nederland in dit tempo volloopt, blijft de druk op de ketel staan. En wie zijn de lachende derden? De projectontwikkelaars.
Zij kijken met een kille, rekenkundige blik naar de kaart van Nederland. Waar is de grond nog goedkoop? Waar kunnen we nog een snelle slag slaan? Hun ogen vallen onvermijdelijk op onze regio. Voor hen is het coulisselandschap geen natuurmonument, maar braakliggend kapitaal. De mensen die in de Randstad geen kant meer op kunnen, zullen noodgedwongen deze kant op worden gedreven. Niet uit liefde voor de Achterhoek, maar omdat er simpelweg nergens anders nog een dak boven hun hoofd te vinden is.
Het is een sluipend proces. Eerst is het een bescheiden plan zoals De Rikker, dan volgt er weer een 'noodzakelijke' uitbreiding, en voor je het weet, wordt elk gehucht en elke groene strook opgeofferd. De zogenaamde krimpgebieden – de plekken waar je nog echt kon ademhalen – worden in hoog tempo verstedelijkt. De kleinschaligheid waar we zo trots op zijn, moet wijken voor de eenheidsworst van de nieuwbouw.
Elke keer weer wordt er een nieuw stukje natuur afgesnoept onder het mom van de woningnood. Het is een bodemloze put. Als we elk stukje groen volbouwen om de groei van Nederland op te vangen, wat blijft er dan nog over van de reden waarom mensen hier überhaupt willen wonen? We veranderen in een dertien-in-een-dozijn buitenwijk, waar de rust is vervangen door het geruis van de snelweg en het beton van de projectontwikkelaar.
Als we nu niet hardop durven te zeggen: "Tot hier en niet verder", dan is het einde zoek. Want de honger naar grond stopt pas als de laatste boom is gekapt en de laatste koe is verdreven voor een rij identieke woningen voor de import. Wenterswiek verdient beter dan te eindigen als het laatste restje bouwgrond op de kaart van een projectontwikkelaar.