Wie tegenwoordig de Spoorstraat inrijdt of het station verlaat, krijgt een voorproefje van een Winterswijk dat we eigenlijk niet willen kennen. Wat ooit de karakteristieke toegangspoort tot ons dorp was, verandert in een kille corridor van beton en glas. De Spoorstraat is daarmee hét monument geworden voor de anonimiteit die ons dorp langzaam maar zeker besluipt.
De kille welkom
Een station zou het warme welkom van een dorp moeten zijn, maar rondom de Spoorstraat voelt het steeds meer als een anonieme buitenwijk van een stad waar je niet dood gevonden wilt worden. De nieuwe appartementencomplexen zijn functioneel, dat zeker, maar ze missen elke vorm van Wenterswiese ziel. Het is 'stapelen voor de statistieken'. We zien blokkendozen die overal in Nederland hadden kunnen staan. Waar is de verbinding met het landschap? Waar is de menselijke maat?
Passanten in plaats van buren
De Spoorstraat trekt door deze bouwwijze een nieuw type bewoner aan: de passant. Mensen die met hun rug naar het dorp wonen, gericht op de trein naar de stad. De sociale controle – dat vertrouwde gevoel dat iemand even een oogje in het zeil houdt – verdwijnt hier als sneeuw voor de zon. In de schaduw van deze massale blokken groeit de anonimiteit. Je bent er geen buurman meer, maar een nummer in een intercomsysteem. Is dit de 'leefbaarheid' waar onze bestuurders zo trots op zijn?
De verstedelijking die we niet vroegen
Terwijl wij Winterswijkers vechten voor het behoud van ons noaberschap, lijkt de Spoorstraat te worden opgeofferd aan de drang naar verstedelijking. Het is een waarschuwing voor de rest van het dorp: als we niet oppassen, ziet de Misterstraat of de Markt er straks net zo karakterloos uit. De druk wordt opgevoerd, de prijzen stijgen, maar het 'thuisgevoel' – dat wat Wenterswiek zo Wenters maakt – wordt bij het grofvuil gezet.
Laat je horen!
De Spoorstraat mag niet de blauwdruk worden voor de toekomst van ons dorp. We willen geen muren van anonimiteit; we willen straten waar we ons veilig en herkenbaar voelen.