In Winterswijk, of ‘Wenters’ voor de ingewijden, hebben we een uniek kompas. Waar de rest van Nederland naar de Randstad kijkt, staat onze nek standaard 45 graden naar het oosten gedraaid. We leven hier namelijk in een permanente economische polonaise over de grenslijn.
Het begint al bij de ochtendwandeling met de hond. Die heet natuurlijk Blondie. Een naam die hier in de grensstreek, laten we eerlijk zijn, wel een heel specifieke historische signatuur heeft. Het voelt bijna alsof ze de juiste politieke achtergrond heeft voor een wandeling langs de oude linies, al is zij gelukkig alleen geïnteresseerd in het annexeren van loslopende konijnen. Terwijl Blondie een Duitse boom inspecteert, inspecteren wij de prijzen bij de oosterburen. Want de grens oversteken is voor ons geen vakantie, het is een overlevingsstrategie.
De gemiddelde Winterswijker rijdt de grens over zoals een Formule 1-coureur de pits in duikt. Eerst de tank volgooien, want benzineprijzen in Nederland voelen inmiddels als een persoonlijke belediging. Dan door naar de Tabakswinkel vlak over de grens. Het prijsverschil in rookwaren is daar inmiddels zo groot – het scheelt serieus meer dan de helft – dat je bijna zou gaan roken om geld te besparen. "Schat, ik heb net vijftig euro verdiend door drie sloffen te halen!" Het is de enige plek ter wereld waar je longarts en je bankrekening ruzie met elkaar krijgen.
Terwijl wij de Duitse supermarkten leegtrekken voor betaalbare drank en drogisterij-artikelen, vindt er een wonderlijke volksverhuizing in omgekeerde richting plaats. De Duitsers parkeren hun glimmende bolides in ons centrum. Waarom? Voor de 'moooiigheid'. De sfeer op de markt, de gezellige terrasjes en de Hollandse kneuterigheid. Het is een prachtig schouwspel: wij halen bij hen de betaalbaarheid, zij halen bij ons de gezelligheid.
Maar er is één mysterie waar zelfs de meest doorgewinterde grensbewoner zijn pet niet bij kan trekken. Zodra onze Duitse vrienden de grens oversteken, lijken ze collectief hun culinaire kompas te verliezen bij een heel specifieke plek.
De bekende plek vlakbij de grens in Winterswijk Brinkheurne heet Fish Palace. Het is een zeer populaire "Backfischbude" (viskraam) die bekendstaat om zijn verse kibbeling en handgemaakte backfisch.
Begrijp me niet verkeerd, het is er altijd drukker dan bij een uitverkoop van rookwaren in Vreden, maar de mateloze verering voor deze kraam blijft onbegrijpelijk. Voor de Duitsers is een bezoekje aan Fish Palace blijkbaar een soort religieuze ervaring, een pelgrimstocht voor de gefrituurde ziel. Terwijl wij nuchtere Wenters denken: "Het is vis in een deegjasje, mensen, geen vloeibaar goud."
Maar goed, zolang zij onze vis eten en wij hun goedkope benzine en tabak blijven ophalen, blijft de balans in Brinkheurne keurig in evenwicht. Blondie vindt het allemaal prima, zolang er maar ergens een verdwaald stukje kibbeling (of een Duitse bratwurst) van tafel valt.
Reactie plaatsen
Reacties