Winterswijk profileert zich vandaag de dag met grote trots als de bakermat van Piet Mondriaan. Wie door het centrum van dit dorp in de Achterhoek wandelt, kan simpelweg niet om zijn naam heen. Toch schuilt er een fascinerende paradox in deze lokale trots: het abstracte werk waar Mondriaan wereldberoemd mee werd — de iconische composities met strakke zwarte lijnen en primaire kleuren zoals we die kennen van De Stijl — ontstond pas vele jaren nadat hij de regio had verlaten.
Piet Mondriaan woonde van zijn 8e tot zijn 20e levensjaar in Winterswijk, een periode die cruciaal was voor zijn technische vorming. In dit ouderlijk huis aan de Zonnebrink, waar tegenwoordig Museum Villa Mondriaan is gevestigd, was van radicale abstractie nog geen sprake. Onder toeziend oog van zijn vader, Pieter Cornelis Mondriaan sr., en zijn oom Frits Mondriaan — zelf een verdienstelijk schilder van de Haagse School — leerde hij de kneepjes van het ambacht. Hij schilderde in die tijd strikt figuratief en realistisch.
Een van de meest tastbare bewijzen van zijn vakmanschap uit deze jaren is zijn gedetailleerde weergave van de Jacobskerk. In dit werk zien we geen wiskundige rasters, maar een sfeervolle, bijna traditionele blik op het dorpse leven. Het dwingt de kijker om met andere ogen naar de latere vernieuwer te kijken; hier zien we een jonge man die eerst de regels van het realisme perfect onder de knie moest krijgen voordat hij ze kon breken.
Deze vroege focus op de directe, rurale omgeving vertoont een opvallende gelijkenis met de weg die Vincent van Gogh aflegde. Net zoals Mondriaan in de Achterhoek zijn eerste streken zette, legde Van Gogh in zijn vroege jaren in Zundert het kleine protestantse kerkje vast waar zijn vader predikte. Beiden woonden relatief kort op deze plekken en beiden vertrokken naar steden als Parijs om daar hun artistieke revolutie te ontketenen. De rustieke dorpjes vormden het fundament, maar de wereldsteden boden de ruimte voor hun uiteindelijke transformatie.
Natuurlijk blijft kunst een kwestie van persoonlijke smaak. Voor wie niet houdt van de latere, abstracte Mondriaan, bieden deze vroege werken een verademing. Het is echter opvallend hoe een dorp als Winterswijk zijn identiteit zo sterk heeft durven verbinden aan een kunstenaar wiens meest kenmerkende stijl daar nooit het levenslicht zag. Het is een eerbetoon aan de weg die elke grote meester moet afleggen: van een gedegen basis in de werkelijkheid naar een geheel eigen universum. Zowel voor Piet Mondriaan als voor Vincent van Gogh gold dat zij hun wortels in de provincie nodig hadden om uiteindelijk de wereld van de kunst voorgoed te veranderen.