De smaak van verraad op de markt

Gepubliceerd op 24 april 2026 om 13:12

Daar stonden we dan, de mannen van de buurtschappen en ik, op de dag dat de vlaggen bij het raadhuis weer eens wapperden voor de bühne. Baukje Dijkstra, vers uit de diplomatieke kringen van Buitenlandse Zaken, werd met veel ceremonieel geïnstalleerd. Een D66’er als opvolger van de GroenLinks-burgemeester die we net kwijt waren. Het voelt niet als een nieuwe start; het voelt als een herhaling van zetten waar niemand hier op heeft gestemd.

"Diplomatieke ervaring in Pakistan en Egypte," las Herman uit Kotten voor van z’n telefoon, terwijl hij een bittere lach niet kon onderdrukken. Hij is van de JA21-stempel: nuchter en wars van regeltjes. "Ze denken zeker dat Winterswijk een oorlogsgebied is dat gepacificeerd moet worden met progressieve praatjes."

Maar de echte pijn zit niet eens bij de burgemeester zelf. De echte woede richt zich op onze eigen lokale partijen. De clubs waar we op stemden omdat ze beloofden te luisteren naar de nuchtere Winterswijker. Zij hebben ons verraden. Ze hebben ingestemd met een kandidaat die mijlenver afstaat van de PVV-, JA21- en FVD-stemmers die inmiddels de meerderheid vormen aan de keukentafels in het buitengebied.

"Ze hebben hun ziel verkocht voor een plekje in de schaduw van de macht," zei mijn beste maat uit het Woold grimmig. Als FVD-stemmer ziet hij elke beslissing uit het raadhuis als een aanval op de traditie. Hij heeft gelijk. De lokale partijen die 'voor Winterswijk' zouden zijn, gedragen zich nu als de slippendragers van de landelijke elite.

Ikzelf, de Winterswijker uit de dorpskern die trouw PVV stemt, keek naar de Markt. We voelen ons niet meer vertegenwoordigd in dat statige pand. Het raadhuis is een eiland geworden. Baukje Dijkstra mag dan wel spreken over 'verbinding' en 'nuchterheid' omdat ze uit een Fries boerendorp komt, maar wij weten beter. Echte nuchterheid is luisteren naar de mensen die je gekozen hebben, in plaats van de rode loper uit te rollen voor de volgende D66-exponent.

In de buurtschappen en in de volksbuurten van het dorp groeit het verzet. De 'stadse allures' van de dorpskern hebben nu een officieel gezicht gekregen. Maar de drie kameraden — Herman, Gerrit en ik — weten: wij zijn nog steeds hier, en we vergeten niet wie er aan tafel zat toen ons vertrouwen werd weggetekend door de lokale politiek.

Proost, op een Winterswijk dat hopelijk ooit weer van de Winterswijkers wordt.